Nepnieuws in de buurt

Laster! Anders kon ze het niet noemen. Pure laster. Nepnieuws.

Op het plantsoen was een appgroep waarbinnen men elkaar op de hoogte hield van  buurtnieuwtjes, uitnodigingen, schoolnieuws en dergelijke.

Maar enige tijd geleden veranderde er wat.

Er slopen wat buurtroddels in. Eerst nog onduidelijk en niet makkelijk traceerbaar. Later specifieker en aanwijzend. Naar Annelie. De bewoonster die met de zijkant van haar huis aan het plantsoen grensde. Haar voordeur lag in de straat die naar het plantsoen leidde.

Aan de bemiddelaars vertelde Annelie van wie de nieuwtjes kwamen. Pertinent wist ze dat Marja van nummer 20 en Wilma van nummer 26 hierachter zaten. Twee vriendinnen vanaf de oplevering van de woningen, zo’n 15 jaar geleden. Zij hadden haar nooit gemogen: niet groeten, rondbazuinen dat ze leefde van het geld van anderen, zeggen dat ze in het verleden gekke dingen had gedaan en dat de woningbouw haar uit haar vorige huis had gezet vanwege “onhygiënische omstandigheden”. 

Annelie was het zat en wilde zonder app, rechtstreeks met hen een gesprek aangaan.

Dat had ze heus wel eerder geprobeerd. Met hen in gesprek gaan. Maar Marja en Wilma zeiden dat ze niet wisten waarover zij het had. Dat ze zich niet zo moest aanstellen en zich liever zou moeten leren aanpassen aan de buurt. Dat er dan ook wel aardiger over haar gepraat zou worden.

Zo lag de situatie ervoor en zo kwamen de buurvrouwen bij elkaar tijdens het bemiddelingsgesprek.

Annelie legde haar situatie uit. Het lukte haar om één voor één de roddels te beschrijven en wat dit met haar deed.

Wilma en Marja bleken beter op de hoogte van het verspreide nepnieuws dan zij eerder hadden laten blijken. Voor Annelie was het heel belangrijk om eerst haar naam te kunnen zuiveren voordat er over de toekomst werd nagedacht. 

Door ieder te helpen de zaken anders te formuleren kon er langzamerhand minder vijandigheid en meer openingen tot begrip ontstaan.

Wilma en Marja werden uiteindelijk meer nieuwsgierig dan verwijtend. Iets wat Annelie nou ook niet zo’n  geweldige verandering vond. Ze vertelde de buurvrouwen niet meer dan wat ze kwijt wilde. De bemiddelaars hielpen mee om aan beide kanten de acceptatie te laten doorkomen.

Het gesprek werd constructiever. Er kwam wat ruimte aan beide zijden om naar afspraken toe te werken. Annelie wilde op de eerste plaats excuses en rectificaties van de uitlatingen op de app over haar. Pas daarna kon er verder gepraat worden. Ook hier hielpen de bemiddelaars met het herformuleren van verzoek en reacties zodat de boodschap overeind bleef en het gewicht aanvaardbaar en werkbaar werd.

Annelie is inmiddels weer gewoon lid van de appgroep en de buurt. Nadat via de app en op straat de roddels werden ontkracht durfde Annelie wat meer van zichzelf te delen. Genoeg zich weer veilig en thuis te voelen op het plantsoen.

Graadmeter van de boosheid

In de wereld van de conflictbeheersing is er een trap die aangeeft hoever mensen gestegen zijn in hun wederzijds verstoorde relatie. Iedere trede leidt omhoog naar de meest destructieve vorm.

Als je begint bij trede 1: een verharding in je mening over de ander, dan loop je (en we slaan steeds een paar treden over) langs de trede ‘karikaturen maken van elkaar’ naar de trede ‘dreigstrategieën’ door naar de ‘systematische aanvallen’. De uiteindelijke top is verre van mooi.

Deze escalatieladder geeft een duidelijk beeld van de oplopende schadelijke verhoudingen als een irritatie de ruimte en de tijd krijgt om te groeien.

Nou is het zo dat de situatie er voor een buitenstaander anders uitziet dan voor de betrokken personen zelf. Buurtbemiddelaars zien de zaken zonder de bijkomende emoties. Hoe anders is dat voor de buren. Op welke trede bevindt ieder zich? Waar ziet de buur zichzelf staan?

Sofie voelt zich geïntimideerd door de buren. Zij hebben haar eerst een paar maal uitgescholden en nu zeggen ze niets meer, maar lachen achter haar rug om haar. Ze weet niet waarom haar buren zo doen. Ze vindt het verschrikkelijk en wil het huis haast niet meer uit. Met veel moeite heeft ze ten slotte toegegeven aan het verzoek van haar dochter Suzan om buurtbemiddeling in te schakelen.

Sofie en Suzan zitten naast elkaar op de bank, de bemiddelaars op stoelen tegenover hen. Al snel blijkt dat Sofie vooral verontwaardigd is. Ze schetst een beeld van de situatie waarbij zij, al vertellend, steeds bozer wordt totdat zij beweert dat ze de buren wel wat aan zou kunnen doen. Suzan probeert haar moeder te sussen, maar dit werkt averechts. “Niemand begrijpt wat hier aan de hand is. Doe niet alsof ik gek ben. Deze mensen zijn mij heel gericht aan het kapot maken.”, roept ze wanhopig. Op de vraag van de bemiddelaars wat ze graag ziet gebeuren via buurtbemiddeling komt de verzuchting: “Als ze nou eens begrepen dat ik zo slecht nog niet ben. Als ik wist waarom zo tegen me deden, dan konden we het ten minste uitpraten. Zie je wel dat ik niet degene ben die hier de boel verziekt? Ik wil wel, maar deze mensen zijn niet van hier en weten zich niet te gedragen. Daar kun je toch niet mee praten? Hoe willen jullie dat aanpakken met dit soort mensen? Dat kan toch niet.”

Voor Sofie is de fase van praten allang voorbij. Zij staat ergens halverwege de escalatieladder karikaturen van haar buren te maken. Mensen die zich niet weten te gedragen zijn niet gelijkwaardig aan haar. En dus is een gesprek en een verbetering van hun gedrag niet mogelijk.

 

Aan de bemiddelaars om mevrouw een paar treden te laten zakken zonder haar gevoel over de situatie te negeren. Door te ‘vertalen’ met woorden die minder intens zijn komt er ruimte bij Sofie om de kansen en voordelen van een gesprek met haar buren voor zich te zien.

Haar verontwaardiging is er nog steeds. Haar boosheid heeft zich getemperd tot een niveau waarmee zij meer kanten uit kan. En nu kan Sofie samen met Suzan het bemiddelingsgesprek tegemoet zien als mogelijkheid om tot verbetering van de situatie te komen.

 

 

Ik zie ik zie wat jij niet ziet

We weten het vaak zo zeker. We zien het toch met onze eigen ogen?

Die kinderen zien er armoedig gekleed uit, het is een rommeltje in het huis en hoe kunnen ze nou met z’n vieren in dat kleine hokje wonen? Buurvrouw Thea is er helder over. Het dochtertje loopt in de winter op ballerinaschoentjes en beide ouders hebben geen baan. Iets klopt er niet aan dat gezin. En nu is er ook nog dagelijks herrie bijgekomen. Alsof die man aan het klussen was.

Als buurtbemiddelaars kom je ‘achter de voordeur’  zoals dat heet. De klacht is geluidsoverlast, maar, met alle zorgen van buurvrouw Thea, zijn de voelsprieten ook alert op signalen die de vermoedens van Thea zouden kunnen staven.

George, Hinde en hun kinderen Lola en Siem geven niet zoveel om uiterlijkheden. Warmte en gezelligheid met elkaar vinden ze belangrijker. De kinderen laten meteen hun zelfgemaakte schilderijtjes zien aan de bemiddelaars, George kijkt vanachter zijn tekentafel vrolijk toe. De stapel wasgoed wordt met een zwaai opzij geschoven zodat de bemiddelaars op de bank kunnen plaats nemen. In de hoek staat een decorstuk van spaanplaat, half afgetimmerd.

George is schilder en rekwisietenbouwer. Hij werkt op dit moment voor een toneelgezelschap aan hun nieuwste productie. Hinde maakt theaterkleding. Het huis is werkplaats, speelplek en thuis tegelijkertijd. Behoefte aan wat groters hebben ze nog niet. Het gaat prima zo.

Er blijkt hier weinig reden tot zorgen. Een andere manier van leven, andere prioriteiten en een andere visie. Veel meer is er niet aan de hand. In een andere situatie kan het ernstiger zijn. In dat geval wordt dit aan de coördinator of projectleider doorgegeven voor verdere actie. De bemiddelaars richten zich op de genoemde geluidsoverlast.

Thea ziet armoedige kleding, ziet rommel in het huis en merkt dat niemand ’s ochtends naar het werk gaat. Haar alarmlichten staan op rood. George en Hinde zien hun leven, hun werk en de opvoeding op een heel andere manier. Het is niet altijd even makkelijk, maar ze maken er het beste van volgens hun eigen overtuigingen.

Soms kan iemand als Thea tijdens een bemiddelingsgesprek haar visie bijstellen. Er zijn ook mensen die dit niet kunnen. De eigen zienswijze biedt dan zoveel houvast, dat dit niet losgelaten kan worden. Een uitdaging voor bemiddelaars om hier enige beweging in te krijgen zonder dat men te veel uit evenwicht raakt. 

Thea heeft hier ook moeite mee. Maar het gesprek met haar George en Hinde verloopt voor haar verrassend. Eenmaal duidelijk voor Thea dat de kinderen een goed en veilig thuis hebben en begrip dat George een ‘echte werkende ambachtsman’ is, kan Thea overgaan tot het mee zoeken naar oplossingen die voor iedereen werkbaar zijn. Werktijden met herrie worden afgesproken en glimlachen uitgewisseld.

In dit geval is de blik van Thea verruimd. Haar mening blijft hetzelfde, maar de invulling is milder. Ze ziet nu wat ze eerder niet zag. Ook George en Hinde kregen dankzij Thea een kijkje in hun leven via Thea’s ogen en snapten dat onverwachts getimmer en gezaag overlast voor een ander kan betekenen.